In de kamer naast het Nederlandse team slaapt het team uit Oeganda. De Hagenezen maken gemakkelijk contact met ze en wisselen ervaringen uit terwijl ze sigaretjes roken op de veranda. “Veel voetbalteams komen uit oorlogslanden of komen uit een gebied waar onrust heerst. Een van de jongens uit Oeganda vertelde ons een verhaal over de rebellen die hem zijn broer hebben laten opeten. De tranen liepen over zijn wangen toen hij dat vertelde. Mijn problemen zijn daar een schijntje bij ook al heb ik het heel erg zwaar gehad en zag ik het leven meerdere malen niet meer zitten”, vertelt Jan Landman. Jan had een succesvol autoschade herstelbedrijf bedrijf in Hilversum totdat zijn compagnon geld verduisterde en hij zodanig in de financiële problemen raakte dat hij en zijn vrouw op straat belandden. “Dat kan iedereen gebeuren”, zegt hij stellig.
Een week voordat hij naar Kaapstad afreisde sliep hij nog in het Haagse bos. “Ik en mijn vrouw hebben na het faillissement een paar jaar in een keldertje in de Haveltestraat gewoond. Daarna zijn we opgevangen door de Kessler stichting op de Zamenhofstraat maar vanwege een conflict zijn we daar net voor mijn vertrek naar Kaapstad uitgezet.” Jan camoufleerde een tent in het Haagse bos zodat hij en zijn vrouw niet teveel op zouden vallen. “Je mag daar natuurlijk helemaal niet slapen. Ik ben er niet trots op maar soms is het leven zo. Mijn vrouw zit nu gelukkig weer veilig bij de Kessler stichting, en ik straks ook weer. Als alles goed gaat hebben we aan het einde van dit jaar ons eigen huisje.”
“Niemand in Nederland hoeft zoals hier echt op straat te slapen omdat er altijd instanties zijn om je te helpen”, vertelt Alex van den Boogaard. Toch overkwam het hem ook. “Ik sliep een paar maanden geleden nog op een ligbed op het strand van Scheveningen. Ik lag daar, in de hagel met mijn tassen en kon nergens heen. Ik hoefde niet echt meer te leven. Ik realiseerde me toen dat het echt niet goed met me ging, ik een schuld van 20.000 euro had en ik zwaar verslaafd was. Ik moest iets doen. Ik heb een telefoonboek gezocht en heb hulp gezocht. Nu heb ik een mooie zolderkamer bij de Kessler stichting waar ik begeleid woon en kreeg ik de kans om bij het straatvoetbal team te komen en naar Kaapstad af te reizen.”
Het team maakt, als het wedstrijdschema dat toelaat, kleine uitstapjes naar het strand, de krottenwijken, de Tafelberg en de markt. Op Greenmarket square kopen ze souvenirs voor het thuisfront. Alex concludeert dat hij eigenlijk niks voor zichzelf gekocht heeft als hij op de stoep zijn nieuwe aanwinsten bekijkt. “Misschien dat ik die onderzetters toch maar zelf houd. Hij heeft houten sleutelhangers in de vorm van een Afrikaans masker gekocht voor zijn vrienden en een armbandje van koeienbotten voor zijn zus.”
De meeste Haagse jongens weten goed te onderhandelen, Alex ziet daar het nut niet van in. “Je kunt wel proberen om het onderste uit de kan te halen maar zo zit ik gewoon niet in elkaar, de mensen hebben hier niks in vergelijking met ons. Ik denk dat ik wel 30 Euro heb uitgedeeld aan mensen op straat, verder geef ik mijn krukken weg die ik hier in het ziekenhuis kreeg nadat ik een knietje op mijn bovenbeen had gekregen, en laat ik mijn slaapzak hier voor iemand die deze echt nodig heeft.”
Een bezoek aan een van de krottenwijken rondom Kaapstad maakte een onuitwisbare indruk op Alex. “ De mensen daar koken maar drie keer per week, meer geld is er niet. Ik heb veel met de mensen daar gepraat en ze verteld dat ik er niet was om aapjes te kijken. Ik wil de mensen thuis laten weten hoe ze hier leven, wat echte armoede is. Als ik zie hoe ze daar wonen in die hutjes van golfplaten of in die stinkend hete containers denk ik, wat loop ik nou te zeiken in Nederland? De Zuid-Afrikaanse regering moet huizen gaan bouwen om dat probleem om te lossen, heel simpel. Ik vind het maar een hypocriete boel hier. Hoe kan er nou zo’n groot verschil zijn tussen arm en rijk ?” Hij wijst in de richting van de luxe wijk Camps Bay aan zee. “Daar leven de mensen in villa’s en twee kilometer verderop leven de mensen in krotten, ik kan daar niet bij.”
De jongens krijgen 20 Euro zakgeld per dag in Kaapstad, meer dan genoeg om sigaretten en souvenirs te kopen. In Nederland leeft Alex van 20 Euro per week omdat er beslag gelegd is op zijn uitkering. Hij ziet zichzelf niet als arm. “Ik kan mijn pakjes shag kopen en ik heb iedere dag te eten. Ik heb geaccepteerd dat ik niet veel heb en dat moet ook wel, anders blijf je met jezelf in de knoop zitten. Je leert om met weinig geld te leven.”
qVeerle's Big Issues Onlinepaycar Pt 06 2003 Online Pay Carx w w Car b b Online Car Online lVeerle's Big Issues Onlinepaycar Pt 06 2003 Online Pay Caru Online Pay Car